Geschiedenis

Geschreven door Johan Okkema

De bouw van de kerk

De Bergsingelkerk is een ontwerp van de bekende gereformeerde kerkenbouwer Tjeerd Kuipers. Op 23 januari 1914 verleende B&W van Rotterdam vergunning om de kerk te bouwen. De bouw werd gegund aan de aannemer A. Witzand en Zn te Utrecht. De eerste steen werd op 2 juni van dat jaar gelegd door ds. J.H. Landwehr, die eraan herinnerde dat de Bergsingelkerk de eerste kerk was die door de verenigde kerk van Rotterdam (door afgescheidenen en dolerenden) werd gebouwd. De plechtige ingebruikneming vond plaats op 8 april 1915. De dienst werd op die dag geleid door de eerdergenoemde ds. Landwehr. Bij de ingebruikneming waren onder meer aanwezig burgemeester A.R. Zimmerman en de A.R.-wethouders A. de Jong en J. van der Molen.bsk

Het exterieur

De kerk is gebouwd op een wigvormig terrein. Door zijn ligging, afmetingen en vormen is de Bergsingelkerk een van de monumentaalste kerken van architect Kuipers. De voorgevel heeft een tweetorenfront met een voorgeplaatste ingangspartij met drie deuren. Dominant boven deze ingangspartij is het grote . Naast de beide torens bevinden zich net boven de ingangen bevinden beelden van twee pelikanen. Een dergelijk beeld is ook halverwege de grote toren geplaatst. De beide torens zijn afgedekt met leien. De spits van de grote toren wordt bekroond door een windhaan. De kerk is niet in een bepaalde stijl gebouwd. De architect heeft getracht in zijn vormen het karakter en de bestemming van het gebouw weer te geven.

Het interieur

De grondvorm van de kerk is een kruis, met in drie armen een galerij. In het interieur vallen de gebeeldhouwde kapitelen boven de pilaren op. De kerkruimte wordt overkoepeld door een fraai houten gewelf. In de as van de kerk, bij de kortste arm, ligt het podium met de preekstoel. Deze preekstoel is een grote platvormkansel met twee trappen die gebouwd is in een klanknis. Het podium is niet afgesloten door een doophek, doch vanuit de kerk heeft men een open zicht op de avondmaalstafel, het doopvont en de kandelaar met de paaskaars. Tot 1977 stonden op het podium de banken voor de ouderlingen en diakenen; op de plaats waar deze bevonden, zijn thans een keuken en een bergruimte. Ter hoogte van deze banken waren vroeger hekken die bekroond waren door fraaie lampen. Op een van deze hekken bevond zich de lezenaar van de voorlezer. Het doopvont is afkomstig uit de in 1968 gesloten Nieuwe Zuiderkerk aan de Westzeedijk. De zware sokkel van het doopvont is van Skyros marmer gemaakt en voorzien van beeldhouwwerk (gestileerde ossen karyatiden). Het zilveren doopbekken is vervaardigd in de kunstwerkplaats van Eisenloeffel. Het deksel is bekroond met een duif en voorts zijn daarop in emaille de symbolen van geloof, hoop en liefde aangebracht. De kerkruimte werd oorspronkelijk verlicht door gaslampen die zich in (nog aanwezige) kronen van kunstsmeedwerk bevonden. In 1920 is de gasverlichting vervangen door elektrische verlichting.

Het orgel

De Bergsingelkerk heeft gedurende haar 90-jarig bestaan drie orgels gehad. Het eerste orgel was al stokoud toen het in de kerk werd opgesteld. Het was afkomstig uit het in 1913 gesloten gereformeerde kerkgebouw aan de Goudsesingel. In deze kerk heeft het orgel vanaf 1885 dienst gedaan. Voordien stond het orgel in de Lutherse Kerk in Haarlem, waarvoor het in 1783 was gebouwd door de Utrechtse orgelmaker Batz. In 1925 werd dit orgel vervangen door een nieuw orgel, gebouwd door de firma A. Standaart te Schiedam; het orgelfront was ontworpen door J.A. Streefkerk.Op 25 mei van dat jaar werd het orgel in gebruik genomen. Het werd die dag bespeeld door J.H. Besselaar, de bekende organist van de Nieuwe Zuiderkerk. Dit orgel is tot 1987 in gebruik geweest. Toen was het dan ook volkomen versleten. In de loop der jaren is het talloze malen gebruikt door leerlingen van de organisten. Het derde orgel werd in 1988 in gebruik genomen. Het was geen nieuw orgel maar het was afkomstig uit de in 1986 gesloten Statensingelkerk. In dat kerkgebouw heeft het vanaf 1936 dienst gedaan. Het orgel is gebouwd door de firma Van Leeuwen uit Leiderdorp. De opvolger van deze firma, Pels en Van Leeuwen uit Den Bosch, heeft het orgel opgebouwd in de Bergsingelkerk. Het kreeg een nieuw front, aangepast aan de kerkruimte en vervaardigd uit het oorspronkelijke tinnen pijpmateriaal. Op het orgel worden regelmatig concerten gegeven.

Enige historische feiten

Op 18 september 1918 werd in de consistoriezaal van de Bergsingelkerk de landelijke Bond van Meisjesvereniging op G.G. opgericht. Deze bond kreeg in 1924 een eigen bondslied, het bekende 'Daar klinkt een lied vol levensdrang'. Dit lied was gedicht door de jeugdboekenschrijver Henri William Aalders, onderwijzer aan de Keucheniusschool en kerkganger in de Bergsingelkerk.

In de oorlogsjaren was de Bergsingelkerk het centrale punt in gereformeerd Rotterdam voor de hulpverlening aan behoeftige gezinnen. Onder leiding van dominee J.A. Tazelaar was de Noodcommissie 'Hulp voor allen' opgericht. Deze zetelde in de hongerwinter dagelijks in de kerk om voedsel te verstrekken aan zo'n 2061 gezinnen. Het werk werd zo nu en dan belemmerd door de Sicherheitsdienst die tijdens de voedseluitdelingen invallen in de kerk deed.

Ook fungeerde de Bergsingelkerk in de oorlogsjaren als onderdak voor gemeenteleden die door de bezetter werden gezocht vanwege hun verzetsactiviteiten of omdat ze zich niet hadden aangemeld voor de Arbeidsdienst. Ze vonden een schuilplaats in de ruimte tussen het dak en het houten kerkgewelf.

In 1955 kreeg de kerk luidklokken. Er kwamen vier klokken in de grote toren te hangen in een gecombineerde luidstoel, voorzien van elektrische luidinrichtingen. De grootste klok weegt 420 kg, de tweede 250 kg, de derde 175 kg en de vierde 110 kg.

Vanaf de jaren zestig liep het ledental van de kerk van Rotterdam (centrum) sterk terug. Er werden enige kerken gesloten. Voorts werden er drie kerkgebouwen gebouwd, waarbij het aantal zitplaatsen werd verminderd.

De Bergsingelkerk onderging in 1977 een verbouwing. Bij die verbouwing werd achterin de kerk een grote zaal gecreeerd, die onder meer voor vergaderingen en het koffiedrinken na kerktijd wordt gebruikt. Na de sluiting van de Statensingelkerk in 1986 en de kerkzaal Atrium in 1987 was de Bergsingelkerk nog het enige kerkgebouw dat de kerk van Rotterdam (centrum) als eigendom in gebruik had. Het leek er echter op dat ook dit gebouw zou verdwijnen. De hoge onderhoudskosten waren in de toekomst niet meer op te brengen. In 1999 werd besloten om de Bergsingelkerk te sluiten en te verkopen. Nog in datzelfde jaar besloot het college van B&W van Rotterdam een procedure te starten om de Bergsingelkerk als gemeentelijk monument aan te wijzen. Op 5 mei 2000 werd de aanwijzing tot monument een feit. De kerkenraad besloot dat de Bergsingelkerk eigendom zou blijven van de gereformeerde kerk van Rotterdam.

Op zaterdag 25 november 2006 heeft burgemeester Opstelten de gerestaureerde Bergsingelkerk officieel geopend. Na jaren werk en veel inzet van vrijwilligers was het eindelijk zover. Het slotlied van de viering, lied 725 van het oud-katholiek gezangboek, was zeer toepasselijk.

"Oud is de kerk, toch staat haar huis, al valt ook menige toren. Vallen torens ook in gruis, toch zijn de klokken te horen roepend en kleppend klein en groot, roepend alle ziel in nood, dorstend naar eeuwige vrede."

Reacties gesloten